De Werkgroep Gevaarlijke Stoffen zorgt voor overzicht over producten met gezondheidsrisico’s

18 november 2022

De Werkgroep Gevaarlijke Stoffen zorgt voor overzicht over producten met gezondheidsrisico’s

Op het gebied van gevaarlijke stoffen willen metaalbedrijven vooral een goed overzicht krijgen. De Werkgroep Gevaarlijke stoffen werkt daaraan. Welke kennis is er al op dat gebied? En hoe zit het met bijvoorbeeld kankerverwekkende stoffen? We vragen het werkgroeplid Jody Schinkel.

Wat doet de werkgroep Gevaarlijke Stoffen?

‘Bij deze werkgroep ligt de focus nu op het inventariseren van de producten die in de metaal worden gebruikt. De verbetercheck helpt de gebruikers met het op orde brengen van hun registratie van gebruikte producten. We laten daarover informatie verzamelen en overzichtelijk implementeren in de Verbetercheck. Daarom zitten er in de werkgroep behalve 2 inhoudelijke deskundigen ook iemand van een arbo-innovatiecentrum en een IT-er die de veiligheidsinformatie inbouwt in de Verbetercheck.’

Waar komt de veiligheidsinformatie vandaan?

‘De informatie over gevaarlijke stoffen is te vinden in de Veiligheidsinformatiebladen van de producenten. Voor bedrijven zelf is het ondoenlijk om die allemaal te verzamelen en te valideren, daar komen ze niet aan toe. Daarom heeft de Werkgroep Gevaarlijke Stoffen dat uitbesteed aan een externe partij die deze dienst voor andere bedrijven levert.’

Bedrijven moeten bij elke gebruikte stof een risico-inschatting maken, zit die in de Verbetercheck?

‘Nog maar beperkt, in de vorm van veilige werkwijzen. Die beschrijven nauwkeurig de manier van werken en de omstandigheden waarvan is aangetoond dat blootstelling aan een stof of product, onder de grenswaarde blijft. Voor handelingen die de achterban veel doet, heeft de werkgroep daarom een veilige werkwijze afgeleid. Maar er zijn ook producten waarvan bedrijven zelf nog een schatting moeten maken. Dit kan met metingen of via een rekenmodel zoals de Advanced Reach Tool (ART) of Stoffenmanager.’

Wat zijn de regels voor producten die carcinogeen (kankerverwekkend) zijn, mutageen (veroorzaker van beschadiging van erfelijk materiaal) of reproductietoxisch (schadelijk voor de voortplanting of het nageslacht)?

‘Voor die CMR-producten geldt aanvullende wetgeving: ze moeten vervangen worden door minder gevaarlijke producten en gebruik moet geregistreerd worden. Via de Verbetercoaches hoorden we dat bedrijven niet weten hoe ze dat moeten doen. Toen zijn we gaan nadenken hoe we ze konden helpen. We hebben besloten om alle leveranciers te benaderen met vragen om een alternatief product. Als we die vinden, krijgen gebruikers van de Verbetercheck het advies om het alternatief te gaan gebruiken. We stimuleren bedrijven ook zelf producenten om alternatieven te vragen.’ 

Zijn er geen andere onderzoekers die al meer weten over CMR-stoffen?

‘Veel kennisinstellingen zoals TNO hebben ook programma’s lopen over het vervangen ervan. Wij volgen die en kijken of er kennis uitkomt die we in de Verbetercheck kunnen gebruiken. De stand van zaken is dat er op verschillende plekken wordt gezocht, maar dat er voor veel stoffen nog geen afdoende alternatief is gevonden.’ Het gaat helpen als gebruikers van de CMR stoffen om alternatieven gaan vragen bij de leveranciers.

Hoe bevalt je werk voor de werkgroep Gevaarlijke Stoffen?

‘Het mooie aan mijn werk voor 5xbeter is dat ik zo dicht bij de werkvloer zit. Bij sommige opdrachten die ik voor TNO doe zijn we niet altijd betrokken bij de implementatie. Maar bij 5xbeter krijgen we door de samenwerking met de Verbetercoaches terugkoppeling over wat er speelt bij de bedrijven. Dan kunnen we daar rekening mee houden. Zij moeten de vragen begrijpen en de voorgestelde beheersmaatregelen moeten uitvoerbaar zijn. We doen dit werk om te zorgen dat de mensen op de werkvloer veilig en gezond kunnen werken. Het zou mooi zijn als bedrijven zich bewust zijn dat ze zelf kunnen bijdragen: geef het bijvoorbeeld door als je een alternatief hebt gevonden voor een CMR-stof, dan kunnen we de Verbetercheck weer aanpassen.’

Jody Schinkel studeerde milieuhygiëne in Wageningen en promoveerde bij TNO op modellen om de blootstelling aanstof en chemische stoffen in te schatten. Naast zijn baan bij TNO werkt hij sinds 4 jaar als expert voor 5xbeter om de Verbeterchecks Lasrook en Gevaarlijke stoffen te onderhouden.

Volgend nieuwsitem: De Werkgroep Lasrook helpt blootstellingsmetingen bij individuele bedrijven overbodig maken